Back to site

235 To Theo van Gogh. The Hague, Saturday, 3 June 1882.

metadata
No. 235 (Brieven 1990 235, Complete Letters 205)
From: Vincent van Gogh
To: Theo van Gogh
Date: The Hague, Saturday, 3 June 1882

Source status
Original manuscript

Location
Amsterdam, Van Gogh Museum, inv. no. b227 V/1962

Date
Van Gogh says he is writing on ‘Saturday’. The letter is later than letter 234 of 1 and 2 June 1882, in which he indicates that he is still working on the two drawings that he sent with the present letter. Given that he was admitted to hospital on 7 June and that the letter dates from before his admission, it must have been written on Saturday, 3 June 1882.

Ongoing topics
Second order for drawings from Uncle Cor (214)
First order for drawings from Uncle Cor (210)
Van Rappard’s visit (231)

original text
 1r:1
Waarde Theo,
Heden, Zaturdag, zend ik aan U af die twee teekeningen

Scharrendroogerij in de duinen, Scheveningen1
Timmermansloods & Wasscherij (uit het venster van mijn atelier).2

Ik heb dezer dagen zoo veel aan U gedacht & ook wel eens aan dien tijd lang geleden, toen zooals ge U herrinnert gij mij eens te s’Hage bezocht hebt, wij zamen langs den Rijswijkschen Trekweg3 wandelden en melk dronken aan dien molen. Het kan wel zijn dat dit mij wat geinfluenceerd heeft bij het maken van deze teekeningen waarin ik zoo naïf mogelijk getracht heb de dingen te teekenen precies zóó als ik ze onder t’oog had. In die dagen van den molen, hoe sympathiek mij dien tijd ook steeds blijve, zou ’t mij echter onmogelijk geweest zijn datgene wat ik zag & gevoelde op ’t papier te brengen. Ik zeg dus dat de veranderingen welke de tijd te weeg brengt eigentlijk in den grond mijn gevoel niet veranderen doch alleen ik meen zulks ontwikkeld wordt in een anderen vorm. Mijn leven en misschien après tout het Uwe ook is niet meer zoo zonnig als toen doch ik wil toch niet terug omdat juist door wat moeite & tegenspoed ik iets goeds zie opdokken, n.l. het uitdrukken van dat gevoel.
Rappard was met eene dergelijke teekening welke C.M. heeft,4 ingenomen en bovendien met al de anderen welke C.M. heeft. Vooral met de grootste van het hofje.5 En hij is iemand die begrijpt wat ik wil en de moeielijkheid er van apprecieert. Ik denk dat Gij Rappard veel veranderd zoudt vinden sedert zijn eerste zijn in Parijs toen gij hem kendet.6
Ik heb voor mij liggen een deel Household edition met illustraties, van Dickens. Die illustraties zijn fameus en geteekend door Barnard en Fildes.7 Daar komen in voor brokken Oud London8 die ook door de eigenaardige houtgravure een heel ander aspect nog hebben dan b.v. de timmermansloods. Doch ik geloof toch dat de weg om later ook dat nog stoutere en brutale te krijgen is, nu stilletjes door te gaan met zoo trouw mogelijk te observeeren. Zoo als ge ziet zijn er al verscheiden plans op deze teekening en kan men er in rondkijken en doorkijken in allerlei hoeken en gaten. Het rugueuse ontbreekt er nog aan, althans ’t heeft op verre niet die kwaliteit in de mate van bovengenoemde teekeningen maar dat komt al doende.
 1v:2
Ik heb berigt van C.M. in den vorm van een postwissel van f. 20 doch zonder een woord er bij. Of hij mij op nieuw iets bestelt, of hij de teekeningen naar zijn zin vindt weet ik dus voorloopig nog volstrekt niet. Alleen in vergelijking van den prijs voor de vorigen betaald, f. 30,9 en in aanmerking nemende dat deze laatste zending (de eerste waren 12 kleine, deze: 1 kleine, 4 zoo als de bijgaanden, 2 grooten (7 stuks dus)) toch belangrijker was dan de eerste, komt het mij voor dat ZEd. niet met ’t beste beentje uit bed gestapt was toen hij ze ontving of om de een of andere reden ze hem tegenvielen. Ik wil gaarne gewonnen geven dat voor een oog dat uitsluitend aan aquarellen gewoon is, teekeningen waarin met de pen gekrast is en lichten weer uitgekrabt of er met dekverf weer opgezet, iets bars mogen hebben. Doch er zijn ook menschen die, even als ’t soms aangenaam en opwekkend is voor een gezond gestel eens een wandeling te doen als ’t hard waait, er zijn ook liefhebbers, zeg ik, die voor dat barre niet bang zijn.
Weissenbruch b.v. zou deze twee teekeningen niet onaangenaam of vervelend vinden.
In de gegevenen, mogt ik weten dat C.M. liever geen nieuwen ontvangt, ik wil of kan ze ZEd. natuurlijk niet opdringen maar ik hoop dat gij b.v. bij gelegenheid van Uw komst het eens zult kunnen te weten komen hoe het eigentlijk staat.
Natuurlijk zijn ook ofschoon ik zoo gedacht had dat hij mij voor deze zending niet f. 10 minder dan voor de vorige zou gegeven hebben, ook f. 20 mij goed, te meer omdat ik den prijs aan ZEd. heb overgelaten. En is het dat hij goed vindt ik aan een nieuw 6 of 12 tal begin, wil ik zulks wel degelijk doen omdat ik geene gelegenheid wil laten voorbijgaan om iets te verkoopen. Ik wil gaarne mijn best doen het ZEd. naar den zin te maken want ik denk, als ik er maar mijn huur uithaal en er wat makkelijker door rondkom is het de moeite waard. Alleen ZEd. zelf had er van gesproken voor meer uitvoerige teekeningen niet wat minder doch wat meer te geven. En dat ik er over spreek is après tout vooral om te weten wat te doen omtrent eene nog te volgen of niet te volgen nieuwe bestelling. Het kan ook nog wezen ZEd. mij zelf nog later er over schrijven zal.
 1v:3
Ik zal U dezer dagen, als ik tijd heb vandaag, eens een kort lijstje sturen van waar mijn verzameling houtgravures uit bestaat. Ik geloof zoo zeker dat gij er pleizier in zult hebben. Is het dat ik dezen winter minder onkosten heb gemaakt dan anderen in verf, ik heb meer onkosten gehad in betrekking tot de studie van de perspectief & proportie voor een instrument waarvan de beschrijving voorkomt in een werk van Albert Durer en waarvan ook de oude Hollanders zich bedienden.10 Hetwelk ’t mogelijk maakt de proportie van digtbijstaande voorwerpen te vergelijken met die op een verder verwijderd plan, in gevallen waar de constructie volgens de regels der perspectief niet uitvoerbaar is. Hetgeen wanneer men ’t op ’t oog doet – tenzij bij zeer ervarenen & geoefenden – steeds de plank mis is.
Dat ding te maken is mij niet in eens gelukt doch eindelijk toch wel na veel zoeken met behulp van den timmerman & den smid. En ik zie kans met nog meer zoeken nog veel betere resultaten te krijgen.
Het zou mij hoogst aangenaam zijn als er in Uwe garderobe misschien nog een jas & pantalon was die geschikt ware voor mij & niet meer door U gedragen werd.
Want ik werk er vooral op om als ik iets koop het zoo praktisch mogelijk te hebben voor werken in de duinen of binnenshuis doch mijn kleeren om mee uit te gaan worden wel wat kaal. En ofschoon ik mij niet schaam om in een ordinair pak op straat te gaan als ik uit werken ga zoo schaam ik mij wel degelijk voor heerenkleeren die een air krijgen van een heer aan lager wal geraakt. Mijn dagelijksche kleeren zijn echter geenszins slordig juist omdat ik nu Sien heb om er de hand aan te houden & kleine mankementen te verhelpen.
Ik eindig dit schrijven met U nog eens te zeggen dat het zoo zeer mijn wensch is dat de familie in mijn betrekking tot Sien niet datgene zal zien waar volstrekt geen kwestie van is, n.l. eene intrigue. Hetwelk mij onuitsprekelijk tegen de borst zou stuiten en de kloof maar grooter maken. Hetgeen ik hoop is dat men niet met een zekere voorbarige wijsheid er zich in mengen zal om te verhinderen ik met haar zij. Ik bedoel met soortgelijke als die van Pa toen hij mij te Gheel11 wilde caseeren. Speculeeren op erfenissen waarvan gij met een woord spraakt is reeds daarom alleen buiten kwestie omdat er geen erfenissen voor mij zijn waarvan ik weet, ook niet kunnen zijn dunkt mij want er is niets. ’thuis is er mijns inziens letterlijk geen geld. De eenige persoon van wie in heel andere omstandigheden ik misschien iets had kunnen erven omdat ik zijn naamgenoot ben, Oom Cent, is iemand met wien ik gedurende vele jaren bepaald in onmin geweest ben om reden van veel dingen en wel derwijze dat het in den aard der zaak ligt dat zulks niet geredresseerd kan worden op de wijs als was ik zijn protegé omdat ik zelf dat zeker niet zou willen en hij er ook natuurlijk niet in ’t minst meer aan denkt ook al hoop ik dat even als verl. jaar bij eventueele ontmoeting met ZEd. wij geen publieke standjes maken zullen. En nu met een handdruk

t. à t.
Vincent

 1r:4
    Houtsneden12
1 portefle  Iersche volkstypen, mijnwerkers, fabrieken, visschers &c. kleine penschetsen voor ’t meerendeel.13
1
,,
Landschappen & dieren, Bodmer,14 Giacomelli,15 Lancon,16
 
verder bepaalde landschappen
1
,,
Travaux des champs v. Millet,17 verder Breton,18 Feyen Perrin19 en Engelsche bladen van Herkomer,20 Boughton,21 Clausen22 &c.
1
,,
Lancon
1
,,
Gavarni,23 aangevuld door lithographiën doch geen zeldzame
1
,,
Ed. Morin24
1
,,
G. Doré25
1
,,
Dumaurier, zeer talrijk.26
Chs Keene27 & Sambourne28
J. Teniel,29 aangevuld door the Beaconsfield cartoons.30
teekenaars
v. Punch.
1
,,
1
,,
    Hieraan ontbreekt John Leech31 doch deze lacune is makkelijk te verhelpen daar er een herdruk van zijn houtsneden is te krijgen die niet duur is.32
1
,,
Barnard33
1
,,
Fildes34 & Charles Green35 &c.
1
,,
kleine fransche houtgravures, Album Boetzel36 &c.
1
,,
Scenes aan boord v. Engelsche schepen & militaire schetsen.
1
,,
Heads of the people door Herkomer,37 aangevuld door teekeningen van anderen & door portretten
1
,,
Scènes uit het Londonsche volksleven vanaf de opium rookers38 en White Chapel & The seven dials39 tot de meest elegante dames figuren en Rotten Row40 of Westminster Park. Hier bijgevoegd zijnde correspondeerende scènes uit Parijs & New York is het geheel een curieuse “Tale of those cities”. 41
1 portefle. De groote bladen van Graphic, London News, Harpers Weekly, Ilustration &c. waaronder Frank Holl,42 Herkomer, Fred Walker,43 P. Renouard,44 Menzel,45 Howard Pyle.46
1 portefle. The graphic portfolio47 zijnde aparte uitgaaf van afdrukken niet van de clichés doch de blokken zelf van eenige houtsneden, waaronder de Homeless & hungry van Fildes.48
Eenige geillustreerde boeken waaronder Dickens en de Fred. de Groote v. Menzel, kleine uitgaaf.49

translation
 1r:1
My dear Theo,
Today, Saturday, I’m sending you the two drawings

Fish-drying barn in the dunes, Scheveningen1
Carpenter’s yard and laundry (from the window of my studio).2

I’ve thought of you so often these past few days, and also occasionally about the time long ago when, as you will remember, you visited me in The Hague and we walked along Trekweg3 to Rijswijk and drank milk at the mill there. It may be that this influenced me somewhat when I did these drawings, in which I have tried as naїvely as possible to draw things exactly as I saw them. At the time of the mill, however dear those days still are to me, it would have been impossible for me to put what I saw and felt on paper. So what I’m saying is that the changes brought about by time have not fundamentally altered my feelings; it’s just that I believe they have taken a different form. My life, and yours too perhaps, after all, is no longer as sunny as it was then, but I still wouldn’t want to go back, because it’s precisely through some trouble and adversity that I see something good emerging, namely the expression of those feelings.
Rappard was pleased with a similar drawing which C.M. has,4 and moreover with all the others C.M. has. Especially with the largest of the almshouse.5 And he is someone who understands what I want and appreciates how difficult it is. I believe you would find Rappard much changed since his first time in Paris when you knew him.6
I have in front of me a volume of the Household edition of Dickens, with illustrations. They are excellent and are drawn by Barnard and Fildes.7 They show parts of Old London,8 which take on a very different appearance from the carpenter’s yard, for example, also because of the peculiarities of the wood engraving. Yet I still believe that the way to get that boldness and daring later is to quietly carry on observing as faithfully as possible now. As you see, there are several planes in this drawing, and one can look around in it and peer into all sorts of nooks and crannies. It lacks that ruggedness as yet, at least doesn’t by any means have that quality to the same extent as the above illustrations, but that will come with practice.  1v:2
I have heard from C.M. in the form of a postal order for 20 guilders but without a single word to go with it. So for the time being I haven’t the slightest idea whether he wants to order something new from me or whether the drawings are to his taste. But comparing it with the price paid for the previous ones, 30 guilders,9 and bearing in mind that this last batch (the first contained 12 small ones; this had 1 small one, 4 like the enclosed and 2 large ones – i.e. 7 items in all) was more substantial than the first, it seems to me that His Hon. had got out of the wrong side of the bed the day he received them, or that they failed to please for some reason or another. I readily admit that, to an eye used only to watercolours, drawings which have been scratched by pen or had lights scraped off or put back on in body-colour may seem a little harsh. But there are also people who, just as it is sometimes pleasant and invigorating for a healthy constitution to go for a walk when a strong wind is blowing, so there are also art lovers, I say, who aren’t afraid of the harsh.
Weissenbruch, for example, wouldn’t find these two drawings disagreeable or dull.
In the circumstances, should I learn that C.M. would rather not have any more, of course I cannot and will not force them on His Hon., but I hope that, for example when you come, you will be able to find out how things really stand.
Naturally, although I hadn’t expected him to give me 10 guilders less for this batch than for the previous one, I agree with the 20 guilders, all the more so because I left it to His Hon. to fix the price. And if he wants me to start on another 6 or 12, I’m ready to do that because I don’t want to miss any opportunity to sell something. I really want to do my best to accommodate His Hon., because I think that it’s worth the effort as long as I get my rent out of it and can make ends meet more easily. It’s just that His Hon. himself talked about giving more, not less, for more detailed drawings. I only raise the matter, after all, mainly to know what to do as regards a new order that is or is not to follow. It may also be that His Hon. will write to me himself later.  1v:3
In a few days, or today if I have time, I’ll send you a brief list of what is in my collection of wood engravings. I’m so sure you will take pleasure in them. While I spent less on paint this winter than others did, I had more expenses in connection with the study of perspective and proportion for an instrument described in a work by Albrecht Dürer and used by the Dutchmen of old.10 It makes it possible to compare the proportions of objects close at hand with those on a plane further away, in cases where construction according to the rules of perspective isn’t feasible. Which, if you do it by eye, will always come out wrong, unless you’re very experienced and skilled.
I didn’t manage to make the thing the first time around, but I succeeded in the end after trying for a long time with the aid of the carpenter and the smith. And I think that with more work I can get much better results still.
It would please me greatly if perhaps in your wardrobe there was a jacket and trousers suitable for me which you no longer wear.
Because if I buy something I like it to be as practical as possible for working in the dunes or indoors, but my clothes for going out are getting rather threadbare. And while I am not ashamed to be seen in the streets in a cheap suit when I go out to work, I am decidedly ashamed by gentleman’s clothes that give the impression of a gentleman down on his luck. My everyday clothes, however, aren’t at all shoddy, because now I have Sien to keep check of them and make minor repairs.
I end this letter by saying to you again that I so dearly wish that the family should not view my relationship with Sien as something of which there isn’t the slightest question, namely an intrigue. Which I would find unspeakably offensive and would only widen the gulf. What I hope is that they don’t interfere, with some ill-timed wisdom, to prevent me from being with her. I mean of the same sort as when Pa wanted to pack me off to Geel.11 The speculating about inheritances that you mention is quite out of the question, if only because there are no inheritances for me as far as I know, and indeed there cannot be for there is nothing. I believe there is literally no money at home. The only person from whom, in very different circumstances, I might perhaps have inherited something because I share his name, Uncle Cent, is someone with whom I have been on bad terms for many years on account of numerous things, and in such a manner that by the nature of the matter it cannot be resolved as if I were his protégé, because I myself certainly wouldn’t want that, and of course he hasn’t the slightest thought of any such thing any more, although I hope that, just like last year, if I meet His Hon. we shall not make a public scene. And now with a handshake

Ever yours,
Vincent

 1r:4
    Woodcuts12
portfolio  Irish characters, miners, factories, fishermen &c. for the most part small pen sketches.13
1
,,
Landscapes and animals, Bodmer,14 Giacomelli,15 Lançon,16 also some landscapes
1
,,
Labours of the fields by Millet,17 also Breton,18 Feyen-Perrin19 and English prints by Herkomer,20 Boughton,21 Clausen22 &c.
1
,,
Lançon
1
,,
Gavarni,23 supplemented with lithographs, but no rare ones
1
,,
Ed. Morin24
1
,,
G. Doré25
1
,,
Du Maurier, very numerous.26
Chs Keene27 and Sambourne28
J. Tenniel,29 supplemented with the Beaconsfield cartoons.30
illustrators
for Punch.
1
,,
1
,,
    Missing here is John Leech,31 but this gap can easily be filled because there’s a reprint of his woodcuts that isn’t expensive.32
1
,,
Barnard33
1
,,
Fildes34 and Charles Green35 &c.
1
,,
small French wood engravings, Album Boetzel36 &c.
1
,,
Scenes on board English ships and military sketches.
1
,,
Heads of the people by Herkomer,37 supplemented with drawings by others and by portraits
1
,,
Scenes from everyday London life, from the opium smokers38 and Whitechapel and The Seven Dials39 to the most elegant ladies and Rotten Row40 or Westminster Park. Together with corresponding scenes from Paris and New York, the whole forms a curious ‘Tale of those cities’.41
1 portfolio. The large prints from The Graphic, London News, Harper’s Weekly, L’Illustration &c. including Frank Holl,42 Herkomer, Fred Walker,43 P. Renouard,44 Menzel,45 Howard Pyle.46
1 portfolio. The Graphic portfolio,47 being a separate publication of impressions of several woodcuts, not from the printing plates but the blocks themselves, among them the Homeless and hungry by Fildes.48
Several illustrated books, including Dickens and the Frederick the Great by Menzel, small edition.49
notes
1. Fish-drying barn (F 940 / JH 154 ).
2. Theo was probably sent Carpenter’s yard and laundry (F 944 / JH 153 ) (which ended up in the Enthoven collection in The Hague, which means that it must have been sold later, but no details about this are known); however, perhaps there was a third, unknown drawing of the same subject. The drawing Carpenter’s yard and laundry (F 939 / JH 150 ), done with pencil, pen and brush and heightened with white, went to Uncle Cor; Van Gogh wrote that he had worked on it with the pen; see also n. 4.
3. Van Gogh mentions this location more than once; see letter 11. The Rijkswijk meadows can be seen in the background of the drawing Carpenter’s yard and laundry.
4. Carpenter’s yard and laundry (F 939 / JH 150 ). It is stated in letters 231 and 232 that Van Rappard admired both drawings.
5. Sien’s mother’s house (F 942/ JH 147 ).
6. Theo had met Van Rappard earlier in Paris; see letter 160, n. 6.
7. Frederick Barnard was the most productive illustrator for Dickens’s Household Edition: he did drawings for 10 of the 22 volumes. The only work that he illustrated together with Luke Fildes and the brothers Edward Gurden and George Dalziel was The mystery of Edwin Drood (1870), with a total of 30 engravings. See Kitton, 1899, pp. 222-223. Cf. for the Household Edition letters 133, n. 53.
8. By ‘parts of old London’ Van Gogh may mean typical scenes of London (working-class) life or the topographical backgrounds depicted in Fildes’s Up the river (engraved by Charles Roberts) and the anonymous Durdles cautions Mr. Sapsea against boasting. Ill. 1920 and Ill. 1921 . See The mystery of Edwin Drood. Reprinted pieces and other stories. London [1879], facing the title page, relating to p. 109, and p. 57.
9. See letter 211 for the amount mentioned and letter 214 for the payment by Uncle Cor.
10. Albrecht Dürer, The draughtsman of the reclining woman, Ill. 85 . In Unterweisung der Messung mit dem Zirkel und Richtscheit. Das Lehrbuch der Malerei (1525) Dürer studied perspective and introduced a frame in which horizontal and vertical threads placed at equal intervals together formed a grid of squares. The woodcut was also known as a separate print (H271/B149). It was no doubt Armand Cassagne’s Guide de l’alphabet du dessin (1880) that put Van Gogh on the track of the perspective frame, a variant of the ‘cadre rectificateur’. See Dürer. Der schriftlicher Nachlass. Ed. Hans Rupprich. 3 vols. Berlin 1956-1969, vol. 2, p. 391; and cat. Amsterdam 1996, pp. 18-21.
11. For the ‘Geel affair’, see letter 185.
12. For Van Gogh’s print collection, which has come down to us incomplete, see exhib. cat. Amsterdam 2003, pp. 99-112. The annotations below cover only what is now in the estate.
13. In the estate there are several sheets from the series Irish sketches by among others Michael FitzGerald Turf market in the South of Ireland (t*546), and Richard Caton Woodville (ii) A fisherman’s cabin in Connemara (t*182) which had been in The Illustrated London News 76 (24 January 1880), p. 84 and 76 (13 March 1880), p. 249.
14. There is only one print after Bodmer in the estate, namely Le cerf mort (The dead stag), taken from L’Illustration 59 (2 March 1872), p. 137.
15. There are no prints by Hector Giacomelli in the estate.
16. In the estate there are 21 prints after Auguste André Lançon, mainly from La Vie Moderne, L’Illustration and Le Monde Illustré.
17. For Millet’s series The labours of the fields , see letter 156, n. 1.
18. In the estate are Emile Adélard Breton’s Cimetière de Courrières (Churchyard at Courrières) from La Vie Moderne 1 (20 September 1879), p. 373, and Jules Breton’s Le soir (Salon de 1880) (The evening (Salon of 1880)) from both La Vie Moderne 2 (7 August 1880), pp. 504-505, and Le Monde Illustré 24 (28 August 1880), p. 117.
19. There are no prints by François Nicolas Auguste Feyen-Perrin in the estate.
20. For Herkomer’s prints in the estate, see letter 199.
21. In the estate there are three prints by George Henry Boughton: Verregnet, Genrebild aus der Bretagne (Rain-soaked, genre scene from Brittany) (t*822); The poisoned cup (t*494); and an untitled engraving (t*1487), whose sources are unknown.
22. There are two prints after George Clausen in the estate: the wood engraving Fisher folk in church: Island of Urk, Zuyder Zee, from The Graphic 19 (24 May 1879), p. 516, and the photogravure ‘The night brings rest’. La nuit ramène le repos (Nord Holland) (source unknown) after a drawing by J. Watkins (t*474 and t*473).
23. There are 25 prints by Paul Gavarni in the estate.
24. In the estate there are six prints after Edmond Morin (the first two are explicitly mentioned in letter 309): Roeiwedstrijd in Engeland (Boat race in England), engraved by Henry Linton, from De Hollandsche Illustratie 1 (1864-1865), eerste helft, no. 14, p. 112. Ill. 1922 . (t*314); De beroemde kastanjeboom van 20 maart (The famous chestnut tree of 20 March), engraved by E. Roevens, from De Hollandsche Illustratie 1 (1864-1865), tweede helft, no. 14, p. 108. Ill. 1923 . (t*468); Les grandes étapes de l’électricité (The great steps in the development of electricity) by Henry Linton, from Le Monde Illustré 25 (22 October 1881) (t*635); Les dieux tombés, Hercule (The fallen gods, Hercules) by Fortuné Louis Méaulle, from Le Monde Illustré 26 (28 January 1882) (t*649); L’électricité, suppression du temps, de la nuit, de la distance (Electricity, the suppression of time, night and distance) by Auguste Louis Lepère, from Le Monde Illustré 25 (22 October 1881) (t*633), and Godsdienstige bijeenkomst in onderaards gewelf (A religious gathering in an underground vault) from an unknown Dutch magazine (t*467).
25. There are 35 Doré prints in the estate.
26. In the estate there are dozens of prints by George du Maurier, principally from Punch.
27. In the estate there is just one print by Charles Samuel Keene, from Punch (t*989), although – when talking in July 1888 about the number of sheets by Keene he thought he had – Van Gogh writes: ‘there were a good 200’ (letter 642).
28. There are 42 prints by Edward Linley Sambourne in the estate, all from Punch.
29. There are 95 prints by Sir John Tenniel, all from Punch.
30. Benjamin Disraeli, Earl of Beaconsfield, was a statesman and the prime minister in 1868, and from 1874 to 1880. Any number of caricatures of him appeared in Punch.
31. In the estate there are 14 prints by John Leech, all from Punch.
32. By ‘reprint’ Van Gogh may mean the five-part series Pictures of life and character... from the collection of Mr. Punch which had appeared in London in the years 1854, 1857, 1860, 1863 and 1869 (BLL). In 1869 the London publisher Bradbury, Evans & Co. advertised more than ten works illustrated by Leech; the price was 12 shillings per volume. See The Publishers’ Circular and General Record of British and Foreign Literature. London (8 December 1869), p. 835.
33. In the estate there are 54 prints by Barnard from prior to June 1882, most of which come from The Illustrated London News (volumes 1874-1882).
34. In the estate there are four prints by Fildes, all from The Graphic, one of which is from The Graphic Portfolio (see nn. 47 and 48 below).
35. In the estate there are eleven prints by Charles Green, nine from The Graphic and two from The Illustrated London News.
36. For ‘Album Boetzel’, see letter 234, n. 16.
37. The series Heads of the people drawn from life was in The Graphic. From it Van Gogh definitely had Hubert von Herkomer’s The agricultural labourer – Sunday, no. 2 in the series, in The Graphic 12 (9 October 1875), p. 360. Ill. 170 . (t*184), and The coastguardsman, not numbered, in The Graphic 20 (20 September 1879), Supplement, not paginated. Ill. 1924 . (t*94). See exhib. cat. London 1992, p. 139, cat. nos. 90-91; on the series Werness 1972, pp. 117-121, who also discusses The brewer’s drayman, no. 4 in the series, in The Graphic 12 (20 November 1875), p. 508. For the series, see also letter 293.
38. There are four prints with opium smokers in the estate: William Bazett Murray, Opium-smoking at the East End of London, from The Illustrated London News 65 (1 August 1874), p. 101 (Ill. 1925 ); John Charles Dollman, London sketches – An opium den at the East End, from The Graphic 22 (23 October 1880), p. 401 (Ill. 1926 ); Gustave Doré, Opium smoking – The Lascar’s room in “Edwin Drood”, engraved by Albert Doms, from a French magazine (Ill. 1927 ), and Auguste Lançon, Les chinois fumeurs d’opium à Londres (The Chinese opium smokers in London), from La Vie Moderne 2 (16 October 1880), no. 42, p. 665 (Ill. 1928 ). t*304, t*147, t*169 and t*1348 respectively.
39. Van Gogh had the print The morning toilet, Seven Dials by William Bazett Murray, from The Illustrated London News 65 (5 September 1874), p. 232. Ill. 1191 . (t*116). Seven Dials was a poor area in London.
40. Rotten Row is a road in Hyde Park in London.
41. An allusion to Dickens’ novel A tale of two cities, which is set in London and Paris.
42. For Holl’s prints in the estate, see letter 199.
43. For Walker’s prints in the estate, see letter 199.
44. In the estate there are 52 prints from prior to June 1882 by Charles Paul Renouard, most from L’Illustration (1881-1882) and a few from The Graphic (1879).
45. In the estate there are two prints by Adolf Menzel, both from unidentified magazines: Le tabacks-collegium (The Smoking Parliament) and Le vieux Frederic (Frederic le Grand) (Old Frederick (Frederick the Great)) (t*821 and t*463).
46. In the estate there are five prints by Howard Pyle from Harper’s Weekly, one from The Graphic and one from The Illustrated London News.
47. The Graphic published The Graphic Portfolio more than once: in 1875 it was a selection of 50 wood engravings from the most influential wood-engraved illustrated publications of the 1870s. An advertisement drew attention to this splendid publication ‘on thick plate paper’. See The Graphic (25 December 1875), p. 3. Van Gogh had among others Before dinner – the march past by George du Maurier from The Graphic Portfolio of 1871, and Houseless and hungry by Fildes and The rival grandpas and grandmas by George du Maurier from The Graphic Portfolio of 1877.
48. For FildesHouseless and hungry , see letter 199, n. 8.
49. Van Gogh says – and he repeats it in letter 267 – that he has a small edition of Menzel’s illustrations for the Geschichte Friedrichs des Großen. The editions traced (see letter 133, n. 19) cannot really be described as small: the early German editions are all about 16 x 26 cm; the Dutch edition of 1843-1845 is 15.5 x 24.5 cm. But in 1861 and 1867 ‘kleine Volksausgaben’ (small popular editions) were published in Germany. See Elfried Bock, Adolf Menzel. Verzeichnis seines graphischen Werkes. Berlin 1923, p. 286.